Beleggen op de financiële markten kent verschillende benaderingen, waarbij het verschil tussen passief beleggen via indexfondsen en actief handelen – misschien zelfs daghandelen – een grote is. Index beleggen, richt zich op het repliceren van de prestaties van een specifieke marktindex, zoals de AEX of S&P 500 of een minder bekende beursindex. Het doel is niet om de markt te verslaan, maar om deze zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Sterker nog, het idee is dat de markt zeker door de particuliere belegger op de langere termijn nooit verslagen kán worden. Een indexfonds wordt doorgaans gerealiseerd door het aanhouden van een gediversifieerde portefeuille die de samenstelling van de gekozen index weerspiegelt. De kostenstructuur van indexfondsen en ETF’s (Exchange Traded Funds) is over het algemeen laag, wat op de lange termijn een significant voordeel kan zijn.
Actief handelen daarentegen impliceert een strategie waarbij beleggers proactief proberen de markt te overtreffen door middel van selectieve aankoop- en verkoopbeslissingen. Dit kan variëren van het selecteren van individuele aandelen op basis van fundamentele analyse, het timen van de markt, tot meer speculatieve vormen zoals daghandel. De kern van actief handelen is de overtuiging dat er inefficiënties in de markt bestaan die gekwantificeerd en benut kunnen worden om een bovengemiddeld rendement te genereren. Dit vereist doorgaans meer onderzoek, analyse en een actievere portefeuillebeheer, wat zich vaak vertaalt in hogere transactiekosten en beheerskosten vergeleken met indexfondsen. Psychologie speelt hierbij natuurlijk een grote rol. Ben je tevreden met een bescheiden winst? Durf je je verlies einde dag echt te nemen of kijk je het toch morgen nog even aan?
De prestaties van beide strategieën worden al decennialang onderzocht. Diverse academische studies, waaronder die van S&P Dow Jones Indices met hun SPIVA-rapporten (S&P Indices Versus Active), tonen aan dat een groot deel van de actief beheerde fondsen er niet in slaagt om hun benchmark op de lange termijn te verslaan. Voor particuliere beleggers betekent dit dat de kans statistisch gezien groter is dat een passieve indexbelegging op de lange termijn beter presteert dan een actief beheerde strategie die probeert de markt te verslaan, vooral na het incalculeren van de hogere kosten en eventuele fouten door verkeerde beslissingen.
Hoewel ik statistisch gezien dus weinig kans maak, kan ik de verleiding niet weerstaan om met een gedeelte van mijn vermogen actief te beleggen. Binnen dat gedeelte van mijn vermogen maak ik ook weer onderscheid tussen wat langere termijn en actiever handelen. Ik beken wel dat mijn activiteiten weinig consistent zijn. Dan weer probeer ik met optie-strategieën extra inkomen te genereren, een andere keer zoek ik bedrijven die veel dividend uitkeren en af en toe probeer ik daghandel, waarbij ik mijzelf veelvuldig betrap op het niet sluiten van de positie als ik einde dag in de min sta. Toch gaat het me – al zeg ik het zelf – niet slecht af. Sinds ik ben begonnen is mijn rendement (TWR) 61,4% en voor het lopend jaar 8.5%. In ieder geval veel meer dan ik op een spaarrekening zou hebben ontvangen. Een groter deel van mijn vermogen heb ik via indexbeleggen geparkeerd. Daar is mijn resultaat sinds aanvang 84% en voor dit jaar 10,5%.

Mijn resultaten lijken de statistiek te bevestigen (voorlopig voor dit jaar), al dansen de rendementslijnen wel omelkaar heen. Soms heb ik geluk en pakt een inschatting goed uit. En dat maakt het ook gewoon heel leuk.
Foto: Arturo Añez via Unsplash.